Een jaar later

Lieve, lieve mensen,

Mijn jaar als Nederlands Kampioen Poetry Slam was fantastisch, overrompelend, en hectisch. En zo is er ook al weer bijna een jaar voorbij sinds mijn vorige bericht. Op de website althans, want in de tussentijd heb ik jullie gelukkig vaker gezien dan ooit, van Amsterdam tot Tricht en van Tilburg tot Parijs. Nog regelmatig word ik overweldigd door een gevoel van dankbaarheid, voor de aandacht, contacten en waardering die ik mag ontvangen. Het is ook een leerzame periode geweest: nog beter schrijven, nog beter voordragen, grenzen bewaken, onderhandelen, interviews geven, en ga zo nog maar even door. En dan ondertussen ook nog ‘even’ met de trein naar Hong Kong… Het moge duidelijk zijn: ik zal 2015 niet snel, of zeg maar gerust nooit, vergeten.

Tegelijkertijd geldt: nieuw jaar, nieuwe avonturen! De komende dagen staat de poëzie weer volop in de schijnwerpers, en daar mag ik ook graag een bijdrage aan leveren. Op gedichtendag (donderdag 28 januari) ben ik kort te horen in het programma Nieuws & Co (Radio1, omstreeks 17:20). De dag daarna, vrijdag, is op Nederland 1 te zien hoe Utrechtse voorbijgangers op straat reageren op mijn gedichten… (Hallo Nederland, NPO1, 16:40). ’s Avonds wordt in Tivoli Vredenburg (Utrecht) mijn opvolger als Kampioen gekozen, in wat opnieuw een fantastische finale belooft te worden (tickets). De dagen dáárna, zaterdag en zondag 30/31 januari, treed ik op diverse plekken in Delft op tijdens het festival Dichter bij de Bar (Facebook).

En daarna? Dat zal de tijd leren. In ieder geval hoop ik jullie ook in 2016 weer veel te mogen zien en ontmoeten. En wie weet wat voor spannende nieuwe projecten er tot wasdom komen..Bij groot nieuws zal ik deze slapende website zeker wakkerschudden. Voel je vrij om je te abonneren via de knop links om op de hoogte gehouden te worden van nieuwe berichten. Wil je graag reageren, een vraag stellen, of mij boeken als dichter of spreker: stuur dan vooral een bericht via de contactpagina!

Tot snel, dank, en alle goeds,

Daan

Nederlands kampioen Poetry Slam 2015

Hoera! Voor wie het ontgaan was: afgelopen vrijdag werd ik, na een waanzinnig spannende strijd, door het publiek in Tivoli Vredenburg uitgeroepen tot Nederlands kampioen Poetry Slam! Een en ander is nog maar half te bevatten. Links naar de verschillende media-optredens volgen later vandaag, net als mijn agenda voor komende tijd. Abonneer op je op deze site voor het laatste nieuws :). Voor nu: dank, en tot snel!

Het NK Poetry Slam en ander nieuws

Op 14 januari deed ik, namens Delft, in Utrecht mee aan de halve finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. Een prachtige avond, ook al omdat ik als juryfavoriet (en latere battlewinnaar) een plek wist te bemachtigen in de finale. Die vindt aanstaande vrijdag plaats (30 januari), in Tivoli Vredenburg. Voor meer info en kaartverkoop kun je terecht op deze pagina. Het belooft een waar spektakel te worden! :)

In het kader van de finale heb ik afgelopen week twee interviews gegeven. Het verslag van het fijne gesprek met Len Koolen van www.cultuurbewust.nl staat hier. Ik had ook de eer om mee te werken aan een reportage van Maarten Westerveen voor VPRO’s Nooit meer slapen. Die wordt morgenavond (ergens tussen 1u en 2u) uitgezonden op Radio 1, en verschijnt daarna online (link volgt).

En tot slot voorlopig: naast de NK-finale aanstaande vrijdag, treed ik nog twee keer op deze week. Woensdagavond doe ik in de Utrechtse Bastaard mee aan de Bellum Poetica-slam, donderdag is het de beurt aan de finale van de Boxtelse wedstrijd DichtSlamRap, in café Le Temps Perdu. Ik zie uit naar een prachtige poëzieweek, en hoop jullie bij een of meerdere van deze gelegenheden te treffen!

Een kleine week geleden

De lieve mensen van de Sunday Assembly Utrecht (http://utrecht.sundayassembly.com/) benaderden me met de vraag of ik een gedicht wilde voordragen voor de bijeenkomst van november 2014. Het thema was ‘kantelen’ (als in draaien, niet als in kastelen, helaas). Ik schreef het volgende:

 

Een kleine week geleden

 

had ik mijn shirt al aangetrokken
maar bedacht ik me,
zodat alles tegelijkertijd
anders en hetzelfde werd.

De voorzienigheid is een
dienstregeling. Er zijn aanwijzingen,
natuurlijk, maar je weet nooit of
ze echt bestaat.

Bus 5 komt over twaalf minuten.
Ren naar de Biltstraat – net vertrokken –
naar de schouwburg – zes minuten –
trek een sprint tot bij het Neude –
bus 5 over één minuut.

Vallen is niets meer dan leren
staan op een andere as.

In de stiltecoupé kun je alleen maar naar elkaar
kijken. Ik zeg je niet dat mij dat leuk lijkt.

De Nieuwezijds Voorburgwal is er
voor mensen die graag onbedoeld
via een andere route dezelfde bestemming bereiken.

Je hebt altijd of bier, of je handen vrij om te klappen.
Als iemand aan je haar zit, vergeet je om te klappen.

Ik heb normaal eigenlijk nooit bastognes in huis.

We spelen Tetris op de bank,
herschikken ons zo nu en dan
maar verdwijnen niet, houden
geen punten bij. Als je kust
is alles het enige wat je ziet.

Soms is huppelen het verschil
tussen toeval en bedoeling.

Een koepel is niets minder dan een
omgekeerde kuil. Neem je knikkers mee.
Er staat iets op het spel.

Update… eindelijk!

Voor wie het zich afvroeg: ik leef nog! Na mijn terugvlucht uit Tbilisi, en nog nauwelijks van de culture shock bekomen, naderde het ‘normale’ leven weer in sneltreinvaart. Vandaar de vertraging in het bijwerken van mijn reisblog. Ik hoop dat zo snel mogelijk recht te zetten, en het het wachten waard te maken. In ieder geval komen er nog verhalen over Armenië en Georgië, en een (uitgebreid) fotoverslag. In de tussentijd staat er een vers gedichtje op de website: zie dat maar als zoethoudertje :).

Verder is ook het poëzieseizoen weer begonnen. Nadat ik afgelopen maand meedeed aan de Noorderzlam, en optrad bij de presentatie van Avier, staat volgende week maandag (29 september) de Spraakwater Slam in Amsterdam op het podium. Tot het NK Poetry Slam in januari ga ik – deels noodgedwongen, deels gewenst – wat selectiever om met het ‘ja zeggen’ tegen optredens. Komt dat vooral zien dus, volgende week! Voor meer informatie: volg de link. Het belooft een prachtige avond te worden.

Alle goeds en tot snel,

Daan

Daan reist naar de Kaukasus – (5) Zes bedden in zes nachten. Ankara-Erzurum-Batumi-Yerevan

In dit deel beschrijf ik hoe ik op dinsdag vertrok uit Ankara, op zaterdag aankwam in Yerevan, Armenië, en wat er in de dagen daartussen gebeurde!

Hoewel ik wist wat me te wachten stond, kon ik mijn ogen toch maar nauwelijks geloven toen de conducteur in Ankara mijn coupé liet zien. De Turkse Spoorwegen (TCDD) houden er namelijk een nogal vreemd business model op na. Dat zit zo: de nachttreinen hebben zowel zitplaatsen, als vierpersoonscoupés, als tweepersoonscoupés. Tot zover is er niks aan de hand. Kies je voor die laatste optie en reis je met zijn tweeën, dan betaal je voor de rit van Ankara naar Erzurum – een middelgrote stad in het oosten van het land – ieder zo’n 80 lira (+- 28 euro). Maar: boek je in je eentje een plaats in een tweepersoonscoupé, dan betaal je 96 lira (33 euro), en dan wordt de andere plaats simpelweg niet verkocht! Aangezien deze plaatsen meestal vrij snel volgeboekt raken, loopt de TCDD zo dus 64 lira mis, maar had ik de beschikking over een eigen luxe compartiment, met twee bedden (kon ik kiezen), een wastafel+stopcontactje, een instelbare airconditioning, en een koelkast. Voor 33 euro en een reis die 22 uur zou duren een meer dan prima deal!

De eerste paar uur – de trein vertrok om zes uur ’s avonds – genoot ik van het uitzicht, en had ik afwisselend mijn fototoestel en mijn ereader in handen. Rond half negen besloot ik de restaurantwagon op te zoeken. Omdat de köfte al op bleek te zijn, bestelde ik de lamshish en een salade. Beide waren best lekker! Ondertussen raakte ik in gesprek met een Amerikaan – alweer, de derde in een week – die me uitnodigde om bij hem aan te schuiven. Deze man, Bryan, had lange tijd in Colorado gewoond, maar ontmoette tijdens een taalcursus in Antalya een Turkse vrouw, en zodoende woonde hij al een aantal jaar aan de Middellandse Zee. We hadden een erg gezellig gesprek over van alles en nog wat. Bryan bleek veel te houden van biking, hiking en trekking. Om die reden reisde hij nu af naar oost-Turkije, onder meer met het plan om de berg Ararat te beklimmen (!). Hij kende die regio goed, en had ook in Georgië geklommen, maar was nog niet in Armenië geweest. Hij vroeg me of ik hem foto’s van Ararat – voor de Armenen een heilige berg – kon sturen zoals die er van de Armeense kant uitzag. Bryan sprak inmiddels een behoorlijk woordje Turks, en het was indrukwekkend om hem zonder enige moeite te zien babbelen met het treinpersoneel. Om half één besloten we weer onze eigen plekken op te zoeken. We rekenden af – in totaal zo’n 24 euro voor twee hoofdgerechten, een salade, een cola en 4x een halve liter Efes-bier – en ik ging terug naar mijn privépaleisje. Nadat ik nog wat had gelezen, mijn tanden had gepoetst en naar het toilet was geweest – de wagon beschikte over zowel een zit- als een hurkoptie – klapte ik mijn bed omlaag en viel ik als een blok in slaap.

De wekker ging om het luxe tijdstip van half negen. Ik had nog langer uit kunnen slapen, maar het uitzicht was te waanzinnig om met gesloten ogen voorbij te laten gaan. Met Bryan had ik het erover gehad hoe dit misschien wel de eerste keer was dat ik zag hoe je tientallen kilometers aan een stuk kunt rijden zonder een ander teken van menselijk leven tegen te komen dan het spoor, een verlaten weg en eventueel een elektriciteitskabel. In Europa zie je dan toch meestal wel ergens of kleine dorpjes, of grote stukken akkerland. Bryan had gezegd dat Turkije in die zin leek op de Verenigde Staten. Nadat ik in de restaurantwagon had ontbeten met een omelet, brood en thee, nam ik weer mijn leeshouding aan, en las ik hoe Lincoln zich verdedigde tegen de aantijging dat hij een ongelovige zou zijn: buitengewoon interessant! Ergens in de middag kwam Bryan langs. Hij wilde deze coupés ook wel eens zien. Omdat hij zijn ticket pas laat had gekocht, sliep hij dit keer in een stoel, maar een volgende keer zou hij mijn voorbeeld vermoedelijk volgen. Terwijl we op het gangpad praatten met twee van mijn Franse wagongenoten, begon Bryan elementen in het landschap te herkennen; een teken dat Erzurum eraan kwam. Zo’n drie uur later dan volgens schema, rond 16.30 woensdagmiddag, was het zover en stapte ik uit. Onmiddellijk viel op dat de mannen hier veelal arm in arm liepen, en de vrouwen door de bank genomen een stuk conservatiever gekleed waren dan in Istanbul of Ankara. Ik had mijn hotel gelukkig snel gevonden en legde mijn spullen daar neer. Vervolgens ging ik op zoek naar het buskantoortje om een ticket naar Hopa te kopen voor de volgende ochtend. De man in het kantoor sprak voldoende Engels om dat te doen slagen, en met mijn kaartje op zak zocht ik naar de bezienswaardigheden die Bryan me had aangeraden. Omdat ik hopeloos verdwaald was, en flinke honger op voelde zetten, kwam het daar echter niet meer van. Ik kocht wat in bij een grote supermarkt, en bracht de rest van de avond door op mijn hotelkamer.

Na een goede maar korte nacht, ging voor de tweede keer in drie dagen de wekker iets voor zessen af. De vorige dag had ik het buskantoortje per toeval gevonden, dus ik wilde graag wat speling hebben om een verkeerde afslag te kunnen opvangen… Nadat ik me had afgemeld bij de nog slapende receptionist, liep ik gelukkig in één keer goed naar het kantoortje toe. Daar reed een bus die er bepaald niet uit zag zoals bijvoorbeeld die van Istanbul naar Ankara.. Even was het niet duidelijk of dit de bus was die ons naar Hopa, vlakbij de Georgische grens, moest brengen, of dat hij alleen als shuttlebus naar het busstation zou fungeren. Het eerste bleek – helaas – het geval te zijn. Ik was niet helemaal blij toen de chauffeur erop stond dat ik naast mijn grote ook mijn kleine rugzak in het ruim zou leggen: tot dan toe waren we onafscheidelijk. Gelukkig bleek mijn stoel precies boven het bagageruim te zitten, zodat ik tijdens de stops een paranoïde oogje in het zeil kon houden. Bovendien had ik mijn oortjes bij me, dus er volgde een intensieve luistersessie van de muziek die ik op mijn telefoon had meegenomen. De bus was noch heel ruim, noch heel comfortabel, maar ik kon mijn benen net kwijt, en de airco werkte goed, dus het was te doen, alleen niet de luxe waaraan ik stiekem gewend was geraakt! Gedurende de bijna zes uur durende rit was ik de enige niet-Turk die ik zag. Tijdens het eerste deel van de rit zat er een man naast me, die me, zodra hij doorhad dat ik geen Turks sprak, een vaderlijk/meelevend schouderklopje gaf: er leek uit te spreken dat ik ietwat gek moest zijn om me hier te begeven.. :) Verder leed de man aan wat ik, met alle liefde, Taal-Barrière-Onverschilligheid (TBO) zal noemen. Dat wil zeggen: twintig minuten nadat hij door had dat ik geen Turks verstond, begon hij weer vrolijk een verhaal in die taal te vertellen. In de weken die volgden, zou blijken dat TBO een ware epidemie vormt in dit deel van de wereld. Het mooiste symptoom is nog hoe sommige van deze mensen bij elke gestelde vraag opnieuw verbaasd/boos leken dat ik ze niet begreep…

Het landschap, ondertussen, was buitengewoon spectaculair. Waar ik de dag ervoor nog de bergen had gezien vanuit de trein, reden we er nu dwars door- en overheen. Zo nu en dan stopte de bus, om mensen in wat leek op een volstrekt niemandsland af te zetten of op te pikken, maar even vaak ook om goederen, vooral fruit, in en uit de bus te laden. Na één bepaalde bergrug gebeurde waar ik al over had gelezen. Opeens maakten de grotendeels kale, geel-bruine heuvels plaats voor hun groene broertjes en zusjes, doemde de Zwarte Zee op, en zagen we Hopa liggen. Zelfs in de bus was de overgang van het droge klimaat naar de subtropische kust meteen voelbaar! In Hopa stapte ik uit, en sprak ik met een taxichauffeur af dat hij me voor 40 lira (14 euro) naar de grens zou brengen. Daar trof ik een lange rij aan, die zich grotendeels in de hete en benauwde buitenlucht bevond: niet echt een pretje. Aan de Georgische kant paste de massa gelukkig wel binnen het grenskantoor, en na zo’n anderhalf uur was ik twee stempels rijker, en stond ik in Georgië!

Ik wisselde mijn overgebleven lira’s om voor lari’s (ja, echt!), en sprak opnieuw een taxichauffeur aan. Deze sprak letterlijk geen woord Engels – best opmerkelijk, voor iemand die werkt bij de grens. Hij was wel erg eager om mijn tas in zijn kofferbak te leggen, maar uiteraard wilde ik eerst een prijs afspreken voor de 15km naar Batumi. Uiteindelijk stak hij tien vingers op. Omdat ik dat niet helemaal geloofde, pakte ik mijn telefoon erbij, en liet hem de prijs intoetsen op het rekenmachientje. Het bleek te kloppen: 10 lari! Voor dat geld, iets meer dan 4 euro, reed hij me niet alleen langs de kust naar Batumi, met zicht op de fabelachtig blauwe zee, maar vroeg hij vervolgens ook nog aan een flink aantal mensen de weg, om me uiteindelijk voor de deur van mijn slaapplek af te zetten. Geen slechte eerste indruk! Ik werd ontvangen door het oudere echtpaar dat het gasthuis runde: man met open blouse, vrouw met brede lach en een bijna helemaal goed ‘Daan Zie-en?’. Op de tafel lag verder een Nederlandse Cosmopolitan van halverwege vorig jaar, dus ik voelde me helemaal thuis! (Dat was dus een grapje, geen zorgen.)

Nadat ik op mijn kamer wat uitgerust en bijgechat had, liep ik de stad in. Wat meteen opviel was dat de meeste winkels hun naam zowel in het Georgisch als in het Engels op de gevel hadden staan, al dan niet gegoogletranslatet. Dat laatste gold vermoedelijk ook voor de steen die meldde dat ene Vasil Shanidze van 1941 tot 1972 in een van de gebouwen in mijn straat had gewoond. Deze man was, volgens de tekst, een ‘famous selectionist of agricultural sphere’. Degene die me uit kan leggen wat dat beroep inhoudt, en wat de bijdrage van meneer Shanidze daaraan was, trakteer ik van harte op een biertje in een Nederlandse plaats naar keuze. Ik liep door, en was net op tijd bij de kust om de zon een duik te zien nemen in de zee: een prachtig gezicht. Batumi viel me sowieso alleszins mee: natuurlijk, er waren de strandtentjes met afschuwelijk-hilarische coverbandjes, maar er was ook een gigantisch park, met een stuk meer jonge gezinnen dan ik hier verwacht had. Restaurants met Engelse menukaarten daarentegen bleken schaars, zelfs in het kwartier rond het gigantische Sheraton. Toen ik de moed verzameld had om bij een khachapurikraampje mijn geluk te (be)proeven, werd ik totaal genegeerd, omdat de eigenaar druk ruzie aan het maken was met een andere man. Gelukkig stuitte ik niet lang daarna op een eettentje waar een zeer vriendelijke Indiër en zijn zoontje zowel Indiaas als Georgisch eten serveerde. Terwijl de man nog uitsprak dat hij het jammer vond dat Nederland het net niet had gered op het WK, besloot ik om toch niet helemáál de op safe spelende toerist uit te hangen, en alsnog de plaatselijke khachapurivariant te bestellen. Khachapuri is Georgisch voor ‘cholesterol op een bord’ en bestaat in allerlei varianten. Steeds gaat het om deegwaar met daarin een soort romige kaas. De variant van Adjarië (de provincie waarin ik me bevond) heeft daarnaast twee eidooiers bovenop. Het smaakte best oké, maar verder dan halverwege kwam ik niet. Wel sprak ik nog een poosje met de enige andere klant, ook een Indiër. We hadden het over cricket, het verschil tussen Holland en Nederland (op zijn verzoek), en over yoga: hij was zelf yogaleraar in Tbilisi. Met gevulde maag en blij dat ik nog even Engels had kunnen spreken, ging ik weer naar huis.

De volgende ochtend, vrijdag, kon ik zowaar weer een beetje uitslapen. Van de hitte had ik rare dromen gehad die ik nu niet meer kan reconstrueren, dus de paar uur extra waren zeer welkom. Milieubewust had ik de ventilator namelijk op de slaapstand gezet. Toen ik me gedouchet en uitgecheckt had, ging ik een poosje in het eerder genoemde park zitten. Op een gegeven moment zocht ik een winkeltje op om wat proviand/junk food in te slaan voor de lange treinrit die ik voor de boeg had: in één klap van Batumi aan de Zwarte Zeekust naar Yerevan in Armenië. Mijn zorgen dat ik in Istanbul misschien wat boven mijn stand had geleefd, verdwenen als sneeuw voor de zon toen ik voor mijn tas met 1,5 liter water, 1 liter cola, een groot krentenbroodding, een zak chips én een ijsje rond de 3 euro moest afrekenen. Ik zocht een taxi op om me naar het treinstation te brengen, dat in een dorpje ten noorden van Batumi zelf ligt. De trein reed keurig op tijd binnen om om half vier ’s middags te vertrekken. Aanvankelijk had ik de bloedhete vierpersoonscoupé (de luxere variant was al uitverkocht) voor mezelf, maar al snel kreeg ik gezelschap van een Armeense moeder en haar twee dochters van rond mijn leeftijd, die bovendien goed Engels spraken. Beter gezelschap dan de dronken Russen die deze trein volgens de verhalen meestal bevolken! De conducteur kwam langs met beddengoed, snoep, flessen water, en een heus survivalpakket met handdoeken, slippers (waarvan ik het nut begreep toen ik het ‘toilet’ zag), een kam, tandenborstel en tandpasta. De Armeense dames op hun beurt deelden perziken uit en iets waarvan ik gok dat het ook een khachapurivariant was, maar dan had het veel weg van wat wij een pizzabroodje zouden noemen. Ik stelde uiteraard mijn etenswaren ter beschikking, en het was wederom gezellig. Helaas heb ik ook deze nacht geen oog dichtgedaan: de trein was veel te warm, het bed net even wat te kort, en de grensovergang viel net na middernacht. Ik was blij toen we, netjes om zeven uur, zaterdagochtend aankwamen in Yerevan! Omdat ik nog wat tijd te doden had, besloot ik wat te lezen in het prachtige treinstation. Ik bedacht me dat ik die avond in het zesde verschillende bed in zes nachten tijd zou slapen: maandag Istanbul, dinsdag de trein naar Erzurum, woensdag in Erzurum, donderdag in Batumi, vrijdag in de trein naar Yerevan (in theorie althans), en zaterdag in Yerevan zelf! Ik moest het rijtje opnoemen om mijn besef van de weekkalender te herwinnen. Toen er een paar uur verstreken waren, ging ik op zoek naar mijn hostel…

De volgende keer alles over mijn verblijf in Armenië! Veel dank voor de lieve reacties: een betere motivatie kan ik me niet wensen!

Ararat

we hadden appelflappen
zelfs beignets meegenomen
en van elk soort dier een paar
of meer. de meesten hadden zo hun
twijfels – wat is nu een vloed precies? –
maar het is gelukt. vrouw of man
maakte ons niet uit, maar omdat
de toekomst nog wel een poos kon
duren, leek het goed het vast
te hebben over kleintjes.
wie wilde graag? wie zeker niet? er mochten
zeven pinguïns mee. ik voelde druppels
op mijn arm, en probeerde niet te denken
dat het nu wel druk zou zijn. onze matras stond
ik graag af, en ik rolde een handdoek op
tot kussen. je stond in de deur als een vraagteken
waarvan de punt al was verdronken.
of er van onze soort niet ook
nog eentje paste, soms.

Daan reist naar de Kaukasus – (4) De tijd vliegt! Plovdiv-Istanbul-Ankara

Over de weg van Plovdiv naar Istanbul, mijn dagen daar, en mijn reis verder oostwaarts.

Aan het einde van mijn vorige bericht stapte ik in in de trein van Plovdiv naar Dimitrovgrad. Mijn verwachting was dat die trein ons naar Dimitrovgrad zou brengen (goh!), dat we vanuit daar per bus naar Kapikule zouden gaan (net over de Turkse grens), en dat er vanuit daar een trein reed naar een plaatsje verderop en de rit zou eindigen met een laatste busrit naar Istanbul. Die verwachting klopte… deels.

Toen ik in Plovdiv in de trein stapte, hoorde ik gesproken Nederlands voor me. Het bleken twee meisjes – Hanna(h) en Jaella (ik ben de spelling vast aan het verprutsen) – die ook op weg waren naar Istanbul als slot van hun Interrailavontuur. De eerste Nederlanders die ik sprak sinds de jongen uit de trein naar Praag. Ze vertelden over hun tocht. Ze hadden onder andere de nachttrein van Belgrado naar Sofia genomen, maar dat was een behoorlijke nachtmerrie geweest, met een verhaal zoals ik dat al eerder had gelezen. Ik was blij met mijn keuze de bus te nemen vanaf Budapest.
Toen we een poosje in de trein zaten, kwam er een conducteur langs die ons in zeer beperkt Engels probeerde duidelijk te maken dat we er bij de volgende stop uit moesten. Onze schemaatjes konden dus de prullenbak in: noch de informatie op internet, noch het reisschema dat de meisjes hadden gekregen in Sofia zei iets over verstoringen tussen Plovdiv en Dimitrovgrad. Maar hé, de conducteur wist waar we uit moesten komen, dus ik vond de situatie vooral steeds grappiger worden. De conducteur bracht ons naar een bus (zelf ging hij ook mee), die aan een tocht begon door wat voor een vreemde leek op een totaal niemandsland, vrolijk zwenkend over de brede wegen. Ik werd er melig van. Na een halfuur kwamen we in een plaatsje aan dat Dimitrovgrad bleek te zijn. We volgden de conducteur en kwamen voor een treinstation dat er inderdaad behoorlijk dicht uit zag. De man wees ons op de plek waar – zo interpreteerden we – een bus zou verschijnen. Zelf liep hij een gebouw binnen naast het station zelf. Er hing een grote Russische vlag aan de gevel, en de lampen in het gebouw flikkerden behoorlijk. Het tafereel had een hoop weg van een horrorfilm met een te laag budget om eng te worden.

Ondertussen had zich een andere jongen bij ons gevoegd. Deze jongen, Colin, kwam uit Los Angeles, en al snel raakte hij en ik geanimeerd in gesprek over basketbal en American football. Een gesprek over de kansen van de Lakers, Eagles en Niners in het aankomende seizoen op een donker muurtje in Dimitrovgrad: ik vond het prachtig :). Na een hele poos (anderhalf uur? Twee?) niks vernomen te hebben, kwam er dan toch een bus aan. Geen idee hoe ver die ons zou brengen, maar dat zouden we vanzelf wel zien. Ik zette mijn gesprek met Colin voort, en om middernacht zongen we met zijn drieën (hij, Hanna(h) en ik) zachtjes Happy Birthday: Jaella(?) was 19 geworden. Toen we bij de grens waren, werden onze paspoorten ingenomen: een procédé waar ik na Budapest-Sofia aan gewend was. Na nog een paar posten en ik geloof grofweg een uur waren we aan de andere kant. Het terúggeven van de paspoorten ging wel aanzienlijk anders dan in Servië en Bulgarije, toen de zeer consciëntieuze ‘attendant’ ons netjes een voor een ons paspoort gaf. Hier werden ze in één grote stapel aan de voorste passagier in de bus gegeven, en mochten we ze zelf uitzoeken. Als je nog een keer identiteitsfraude wil plegen, kan ik je deze gelegenheid van harte aanbevelen. We waren opgelucht toen we onze paspoorten weer in eigen handen hadden, maar we stonden wel een poos stil omdat iemand het zijne kwijt was. Dat kwam gelukkig weer goed, en na flink oponthoud konden we weer verder – na nog een keer van bus te zijn gewisseld, maar zonder trein.

Om 7u ’s ochtends waren we vrijdag dan in het hart van Istanbul. Colin voegde me toe op Facebook – net als Paul nam ook hij de roamingkosten voor lief – en we zeiden elkaar gedag. Ik ging op een bankje zitten, met een grote grijns op mijn gezicht: bestemming bereikt! Ik was wel ontzettend moe: door de nachtelijke grensavonturen en andere omstandigheden die er steeds voor zorgden dat ik net wakker was als de zon op kwam, had ik in de 70 uur sinds ik dinsdagochtend wakker werd maar zo’n 7 uur geslapen (de helft in de trein tot Berlijn, de andere helft tot de Servische grens). De adrenaline van het bereikt hebben van Istanbul hield me nog net lang genoeg op de been, maar ik viel een aantal keer bijna op klaarlichte dag in slaap. Na een lange ochtend kon ik om 13u dan eindelijk inchecken in mijn hostel. De man die me mijn kamer liet zien, raadde me aan om een douche te nemen: dat had ik ook al wel bedacht. Door de vochtigheid in Istanbul gutste het zweet van mijn voorhoofd. Ik pakte snel mijn douchespullen en ging onder de ijskoude kraan staan. Ik liet mijn ouders weten dat ik heelhuids was aangekomen, was blij met de formidabele airco op mijn kamer, en ging op bed liggen voor een ‘middagdutje’. Dat zou uiteindelijk van half drie tot half negen (!) duren. Ik trok schone kleren aan en ging de stad in, op zoek naar een terras om te eten. Het was inmiddels best aangenaam – dat ik geen zware rugzak meezeulde hielp ook. Ik werd wel meteen geconfronteerd met wat ik het irritantste aspect van Istanbul zou vinden: dat je niet fatsoenlijk een menukaart kan bekijken, omdat zodra je daar een blik op werpt, er meteen iemand in je gezicht staat te hijgen. Maar uiteindelijk kwam ik terecht bij een restaurant waar de prijzen goed waren en het personeel vriendelijk. Één van de jongens sprak zelfs een paar zinnen Nederlands :).. Ik at een heerlijke gevulde aubergine, gevolgd door een perfect bord pasta. Toen een van de obers daarna met een bordje met baklava en een kop Turkse thee aankwam en zei ‘my present for you’, gingen mijn ‘tourist trap’-alarmbelletjes rinkelen: als ik het op zou eten, zou het vast op de rekening verschijnen. Vooruit, dacht ik, en niets bleek minder waar, al gaf ik wel een fooi die de kosten van het toetje vermoedelijk wel zo’n beetje dekte. Een geslaagde eerste indruk!

Eenmaal weer thuis viel ik, na nog even gechat te hebben, weer als een blok in slaap, ondanks mijn zes uur slaap die middag/avond. De volgende twee dagen bezocht ik een paar van de toeristische highlights. Het archeologisch museum was gaaf maar bood wel een overload aan informatie. Het Topkapipaleis was vooral heel erg druk, en zoals Jorn (zie hieronder) het treffend zou verwoorden: al die tegeltjes gaan na een poosje toch op elkaar lijken. De Hagia Sophia, daarentegen, maakte al mijn verwachtingen meer dan weer. Verder deed ik het vooral rustig aan: Istanbul was prachtig, maar het was er iets te vochtig/drukkend voor me, dus ik bracht ook veel tijd door op mijn koele kamer of in een groot park.

Op zaterdag kreeg ik nog een heel tof berichtje van Paul, met de vraag hoe het échte oost-Europa was. Hij wilde me nog een ‘shout-out’ geven voor hij de vlucht naar Rome pakte. Ik stuurde terug dat hij wat typische oostblokchaos gemist had, maar dat ik zeker wist dat hij Rome geweldig zou vinden. Ook chatte ik nog even met Colin over het laatste sportnieuws. Maandag had ik afgesproken met UvH-vriendin Roline en haar vriend Jorn. We hadden een heel gezellige middag, waarop we twee moskeeën bezochten, wat aten (en zagen hoe Jorn 15 procent korting bedong), en ervaringen uitwisselden. Toen ik die maandag mijn laatste avond in Istanbul had, besloot ik dat ik beslist nog eens terug moest komen, maar dan niet in augustus.

De volgende ochtend stond ik erg vroeg, nog voor zessen, op. Om eventuele complicaties voor te zijn, wilde ik zo vroeg mogelijk naar Ankara. Ik besloot me niet te wagen aan een experiment met het openbaar vervoer in Istanbul, en maakte een taxichauffeur dolblij door de hoofdprijs te betalen voor een taxi naar het busstation, ten noordwesten van het centrum. Eenmaal daar liep ik het kantoortje binnen van en van de grotere busvervoerders, Pamukkale. Voor het zeer acceptabele bedrag van 55 lira (19 euro) mocht ik met de bus van zeven uur mee. Hoewel ik nog even twijfelde over welke bus om moest hebben – degene die om 7u klaarstond ging volgens het bordje naar Bodrum – werd ik uitstekend geholpen door ‘attendant’ Onur. Het bleek dat we deze bus moesten hebben, om bij een stop over te stappen in een andere bus richting Ankara. Onur was erg vriendelijk, en we raakten aan de praat. Trots liet hij een berichtje zien van een Thaise passagier de week ervoor, en hij wilde mij ook graag toevoegen op Facebook :). De bus was waanzinnig: leren bekleding, zeeën aan beenruimte, uitstekende airco… Het entertainmentsysteem bood hier alleen Turkse films, maar daar stond tegenover dat de wifi hier wel (soms) werkte. Oh, en Onur kwam twee keer langs met gratis hapjes en drinken. Al met al was het een zeer comfortabele rit, en na precies zes uur kwamen we om 13u aan in Ankara. Daar kwam ik het eerste hurktoilet tegen (helaas) en was het nog steeds warm, maar wel een stuk beter te hebben dan in Istanbul. Omdat ik meer dan genoeg tijd had, besloot ik de taxi’s te laten staan, en te voet de weg naar het treinstation te zoeken. Het duurde even voordat ik me kon oriënteren: alle straatnamen in Ankara waren veranderd: de 85e straat heette nu opeens de 1e straat, iets waar mijn gedownloade kaart nog geen weet van had. Gelukkig stonden de oude namen wel nog onderaan de straatnaambordjes, en na een wandeling die door de zon en mijn twee rugzakken toch nog onaangenaam lang was, had ik het treinstation gevonden, ruim op tijd voor mijn trein naar Erzurum van 18u. Een rit die een van de hoogtepunten van de reis tot nu toe zou worden….

De volgende keer vertel ik over de trein van Ankara naar Erzurum, en het vervolg van mijn reis, naar Batumi (Georgië) en Yerevan (Armenië). Ik loop een tikkeltje achter (op het moment van publiceren ben in net in Yerevan aangekomen), maar hoop dat snel weer in te halen ;). Wil je niks missen? Abonneer je dan op de site via de knop links. Dan krijg je een mailtje als ik een nieuw bericht heb geplaatst. Handig toch? :)

vol

van alle manieren om te zeggen
dat het eten goed gesmaakt had,
ben jij het meeste waar.
mijn glas is half vol, maar je rust pas
als ons van de tafel druipt. het
is de afdronk die het doet.
hoe ik vanavond in mijn bed
je berichtjes na zal lezen.
en nog eens. een derde maal.
zo dronken heb je mij.
van alle smaken die het slapen goed
gezegd had, ben jij het meeste rust.