Ararat

we hadden appelflappen
zelfs beignets meegenomen
en van elk soort dier een paar
of meer. de meesten hadden zo hun
twijfels – wat is nu een vloed precies? –
maar het is gelukt. vrouw of man
maakte ons niet uit, maar omdat
de toekomst nog wel een poos kon
duren, leek het goed het vast
te hebben over kleintjes.
wie wilde graag? wie zeker niet? er mochten
zeven pinguïns mee. ik voelde druppels
op mijn arm, en probeerde niet te denken
dat het nu wel druk zou zijn. onze matras stond
ik graag af, en ik rolde een handdoek op
tot kussen. je stond in de deur als een vraagteken
waarvan de punt al was verdronken.
of er van onze soort niet ook
nog eentje paste, soms.

3 comments

  1. Geweldig, wat een geweldige woordencombinatie.
    ‘Je stond in de deur als een vraagteken waarvan de punt al was verdronken.’
    De laatste regels, wat een afsluiter.
    De rest van het gedicht trouwens ook, echt mooi gedaan Daan!!!!

Geef een reactie