Daan reist naar de Kaukasus – (5) Zes bedden in zes nachten. Ankara-Erzurum-Batumi-Yerevan

In dit deel beschrijf ik hoe ik op dinsdag vertrok uit Ankara, op zaterdag aankwam in Yerevan, Armenië, en wat er in de dagen daartussen gebeurde!

Hoewel ik wist wat me te wachten stond, kon ik mijn ogen toch maar nauwelijks geloven toen de conducteur in Ankara mijn coupé liet zien. De Turkse Spoorwegen (TCDD) houden er namelijk een nogal vreemd business model op na. Dat zit zo: de nachttreinen hebben zowel zitplaatsen, als vierpersoonscoupés, als tweepersoonscoupés. Tot zover is er niks aan de hand. Kies je voor die laatste optie en reis je met zijn tweeën, dan betaal je voor de rit van Ankara naar Erzurum – een middelgrote stad in het oosten van het land – ieder zo’n 80 lira (+- 28 euro). Maar: boek je in je eentje een plaats in een tweepersoonscoupé, dan betaal je 96 lira (33 euro), en dan wordt de andere plaats simpelweg niet verkocht! Aangezien deze plaatsen meestal vrij snel volgeboekt raken, loopt de TCDD zo dus 64 lira mis, maar had ik de beschikking over een eigen luxe compartiment, met twee bedden (kon ik kiezen), een wastafel+stopcontactje, een instelbare airconditioning, en een koelkast. Voor 33 euro en een reis die 22 uur zou duren een meer dan prima deal!

De eerste paar uur – de trein vertrok om zes uur ’s avonds – genoot ik van het uitzicht, en had ik afwisselend mijn fototoestel en mijn ereader in handen. Rond half negen besloot ik de restaurantwagon op te zoeken. Omdat de köfte al op bleek te zijn, bestelde ik de lamshish en een salade. Beide waren best lekker! Ondertussen raakte ik in gesprek met een Amerikaan – alweer, de derde in een week – die me uitnodigde om bij hem aan te schuiven. Deze man, Bryan, had lange tijd in Colorado gewoond, maar ontmoette tijdens een taalcursus in Antalya een Turkse vrouw, en zodoende woonde hij al een aantal jaar aan de Middellandse Zee. We hadden een erg gezellig gesprek over van alles en nog wat. Bryan bleek veel te houden van biking, hiking en trekking. Om die reden reisde hij nu af naar oost-Turkije, onder meer met het plan om de berg Ararat te beklimmen (!). Hij kende die regio goed, en had ook in Georgië geklommen, maar was nog niet in Armenië geweest. Hij vroeg me of ik hem foto’s van Ararat – voor de Armenen een heilige berg – kon sturen zoals die er van de Armeense kant uitzag. Bryan sprak inmiddels een behoorlijk woordje Turks, en het was indrukwekkend om hem zonder enige moeite te zien babbelen met het treinpersoneel. Om half één besloten we weer onze eigen plekken op te zoeken. We rekenden af – in totaal zo’n 24 euro voor twee hoofdgerechten, een salade, een cola en 4x een halve liter Efes-bier – en ik ging terug naar mijn privépaleisje. Nadat ik nog wat had gelezen, mijn tanden had gepoetst en naar het toilet was geweest – de wagon beschikte over zowel een zit- als een hurkoptie – klapte ik mijn bed omlaag en viel ik als een blok in slaap.

De wekker ging om het luxe tijdstip van half negen. Ik had nog langer uit kunnen slapen, maar het uitzicht was te waanzinnig om met gesloten ogen voorbij te laten gaan. Met Bryan had ik het erover gehad hoe dit misschien wel de eerste keer was dat ik zag hoe je tientallen kilometers aan een stuk kunt rijden zonder een ander teken van menselijk leven tegen te komen dan het spoor, een verlaten weg en eventueel een elektriciteitskabel. In Europa zie je dan toch meestal wel ergens of kleine dorpjes, of grote stukken akkerland. Bryan had gezegd dat Turkije in die zin leek op de Verenigde Staten. Nadat ik in de restaurantwagon had ontbeten met een omelet, brood en thee, nam ik weer mijn leeshouding aan, en las ik hoe Lincoln zich verdedigde tegen de aantijging dat hij een ongelovige zou zijn: buitengewoon interessant! Ergens in de middag kwam Bryan langs. Hij wilde deze coupés ook wel eens zien. Omdat hij zijn ticket pas laat had gekocht, sliep hij dit keer in een stoel, maar een volgende keer zou hij mijn voorbeeld vermoedelijk volgen. Terwijl we op het gangpad praatten met twee van mijn Franse wagongenoten, begon Bryan elementen in het landschap te herkennen; een teken dat Erzurum eraan kwam. Zo’n drie uur later dan volgens schema, rond 16.30 woensdagmiddag, was het zover en stapte ik uit. Onmiddellijk viel op dat de mannen hier veelal arm in arm liepen, en de vrouwen door de bank genomen een stuk conservatiever gekleed waren dan in Istanbul of Ankara. Ik had mijn hotel gelukkig snel gevonden en legde mijn spullen daar neer. Vervolgens ging ik op zoek naar het buskantoortje om een ticket naar Hopa te kopen voor de volgende ochtend. De man in het kantoor sprak voldoende Engels om dat te doen slagen, en met mijn kaartje op zak zocht ik naar de bezienswaardigheden die Bryan me had aangeraden. Omdat ik hopeloos verdwaald was, en flinke honger op voelde zetten, kwam het daar echter niet meer van. Ik kocht wat in bij een grote supermarkt, en bracht de rest van de avond door op mijn hotelkamer.

Na een goede maar korte nacht, ging voor de tweede keer in drie dagen de wekker iets voor zessen af. De vorige dag had ik het buskantoortje per toeval gevonden, dus ik wilde graag wat speling hebben om een verkeerde afslag te kunnen opvangen… Nadat ik me had afgemeld bij de nog slapende receptionist, liep ik gelukkig in één keer goed naar het kantoortje toe. Daar reed een bus die er bepaald niet uit zag zoals bijvoorbeeld die van Istanbul naar Ankara.. Even was het niet duidelijk of dit de bus was die ons naar Hopa, vlakbij de Georgische grens, moest brengen, of dat hij alleen als shuttlebus naar het busstation zou fungeren. Het eerste bleek – helaas – het geval te zijn. Ik was niet helemaal blij toen de chauffeur erop stond dat ik naast mijn grote ook mijn kleine rugzak in het ruim zou leggen: tot dan toe waren we onafscheidelijk. Gelukkig bleek mijn stoel precies boven het bagageruim te zitten, zodat ik tijdens de stops een paranoïde oogje in het zeil kon houden. Bovendien had ik mijn oortjes bij me, dus er volgde een intensieve luistersessie van de muziek die ik op mijn telefoon had meegenomen. De bus was noch heel ruim, noch heel comfortabel, maar ik kon mijn benen net kwijt, en de airco werkte goed, dus het was te doen, alleen niet de luxe waaraan ik stiekem gewend was geraakt! Gedurende de bijna zes uur durende rit was ik de enige niet-Turk die ik zag. Tijdens het eerste deel van de rit zat er een man naast me, die me, zodra hij doorhad dat ik geen Turks sprak, een vaderlijk/meelevend schouderklopje gaf: er leek uit te spreken dat ik ietwat gek moest zijn om me hier te begeven.. :) Verder leed de man aan wat ik, met alle liefde, Taal-Barrière-Onverschilligheid (TBO) zal noemen. Dat wil zeggen: twintig minuten nadat hij door had dat ik geen Turks verstond, begon hij weer vrolijk een verhaal in die taal te vertellen. In de weken die volgden, zou blijken dat TBO een ware epidemie vormt in dit deel van de wereld. Het mooiste symptoom is nog hoe sommige van deze mensen bij elke gestelde vraag opnieuw verbaasd/boos leken dat ik ze niet begreep…

Het landschap, ondertussen, was buitengewoon spectaculair. Waar ik de dag ervoor nog de bergen had gezien vanuit de trein, reden we er nu dwars door- en overheen. Zo nu en dan stopte de bus, om mensen in wat leek op een volstrekt niemandsland af te zetten of op te pikken, maar even vaak ook om goederen, vooral fruit, in en uit de bus te laden. Na één bepaalde bergrug gebeurde waar ik al over had gelezen. Opeens maakten de grotendeels kale, geel-bruine heuvels plaats voor hun groene broertjes en zusjes, doemde de Zwarte Zee op, en zagen we Hopa liggen. Zelfs in de bus was de overgang van het droge klimaat naar de subtropische kust meteen voelbaar! In Hopa stapte ik uit, en sprak ik met een taxichauffeur af dat hij me voor 40 lira (14 euro) naar de grens zou brengen. Daar trof ik een lange rij aan, die zich grotendeels in de hete en benauwde buitenlucht bevond: niet echt een pretje. Aan de Georgische kant paste de massa gelukkig wel binnen het grenskantoor, en na zo’n anderhalf uur was ik twee stempels rijker, en stond ik in Georgië!

Ik wisselde mijn overgebleven lira’s om voor lari’s (ja, echt!), en sprak opnieuw een taxichauffeur aan. Deze sprak letterlijk geen woord Engels – best opmerkelijk, voor iemand die werkt bij de grens. Hij was wel erg eager om mijn tas in zijn kofferbak te leggen, maar uiteraard wilde ik eerst een prijs afspreken voor de 15km naar Batumi. Uiteindelijk stak hij tien vingers op. Omdat ik dat niet helemaal geloofde, pakte ik mijn telefoon erbij, en liet hem de prijs intoetsen op het rekenmachientje. Het bleek te kloppen: 10 lari! Voor dat geld, iets meer dan 4 euro, reed hij me niet alleen langs de kust naar Batumi, met zicht op de fabelachtig blauwe zee, maar vroeg hij vervolgens ook nog aan een flink aantal mensen de weg, om me uiteindelijk voor de deur van mijn slaapplek af te zetten. Geen slechte eerste indruk! Ik werd ontvangen door het oudere echtpaar dat het gasthuis runde: man met open blouse, vrouw met brede lach en een bijna helemaal goed ‘Daan Zie-en?’. Op de tafel lag verder een Nederlandse Cosmopolitan van halverwege vorig jaar, dus ik voelde me helemaal thuis! (Dat was dus een grapje, geen zorgen.)

Nadat ik op mijn kamer wat uitgerust en bijgechat had, liep ik de stad in. Wat meteen opviel was dat de meeste winkels hun naam zowel in het Georgisch als in het Engels op de gevel hadden staan, al dan niet gegoogletranslatet. Dat laatste gold vermoedelijk ook voor de steen die meldde dat ene Vasil Shanidze van 1941 tot 1972 in een van de gebouwen in mijn straat had gewoond. Deze man was, volgens de tekst, een ‘famous selectionist of agricultural sphere’. Degene die me uit kan leggen wat dat beroep inhoudt, en wat de bijdrage van meneer Shanidze daaraan was, trakteer ik van harte op een biertje in een Nederlandse plaats naar keuze. Ik liep door, en was net op tijd bij de kust om de zon een duik te zien nemen in de zee: een prachtig gezicht. Batumi viel me sowieso alleszins mee: natuurlijk, er waren de strandtentjes met afschuwelijk-hilarische coverbandjes, maar er was ook een gigantisch park, met een stuk meer jonge gezinnen dan ik hier verwacht had. Restaurants met Engelse menukaarten daarentegen bleken schaars, zelfs in het kwartier rond het gigantische Sheraton. Toen ik de moed verzameld had om bij een khachapurikraampje mijn geluk te (be)proeven, werd ik totaal genegeerd, omdat de eigenaar druk ruzie aan het maken was met een andere man. Gelukkig stuitte ik niet lang daarna op een eettentje waar een zeer vriendelijke Indiër en zijn zoontje zowel Indiaas als Georgisch eten serveerde. Terwijl de man nog uitsprak dat hij het jammer vond dat Nederland het net niet had gered op het WK, besloot ik om toch niet helemáál de op safe spelende toerist uit te hangen, en alsnog de plaatselijke khachapurivariant te bestellen. Khachapuri is Georgisch voor ‘cholesterol op een bord’ en bestaat in allerlei varianten. Steeds gaat het om deegwaar met daarin een soort romige kaas. De variant van Adjarië (de provincie waarin ik me bevond) heeft daarnaast twee eidooiers bovenop. Het smaakte best oké, maar verder dan halverwege kwam ik niet. Wel sprak ik nog een poosje met de enige andere klant, ook een Indiër. We hadden het over cricket, het verschil tussen Holland en Nederland (op zijn verzoek), en over yoga: hij was zelf yogaleraar in Tbilisi. Met gevulde maag en blij dat ik nog even Engels had kunnen spreken, ging ik weer naar huis.

De volgende ochtend, vrijdag, kon ik zowaar weer een beetje uitslapen. Van de hitte had ik rare dromen gehad die ik nu niet meer kan reconstrueren, dus de paar uur extra waren zeer welkom. Milieubewust had ik de ventilator namelijk op de slaapstand gezet. Toen ik me gedouchet en uitgecheckt had, ging ik een poosje in het eerder genoemde park zitten. Op een gegeven moment zocht ik een winkeltje op om wat proviand/junk food in te slaan voor de lange treinrit die ik voor de boeg had: in één klap van Batumi aan de Zwarte Zeekust naar Yerevan in Armenië. Mijn zorgen dat ik in Istanbul misschien wat boven mijn stand had geleefd, verdwenen als sneeuw voor de zon toen ik voor mijn tas met 1,5 liter water, 1 liter cola, een groot krentenbroodding, een zak chips én een ijsje rond de 3 euro moest afrekenen. Ik zocht een taxi op om me naar het treinstation te brengen, dat in een dorpje ten noorden van Batumi zelf ligt. De trein reed keurig op tijd binnen om om half vier ’s middags te vertrekken. Aanvankelijk had ik de bloedhete vierpersoonscoupé (de luxere variant was al uitverkocht) voor mezelf, maar al snel kreeg ik gezelschap van een Armeense moeder en haar twee dochters van rond mijn leeftijd, die bovendien goed Engels spraken. Beter gezelschap dan de dronken Russen die deze trein volgens de verhalen meestal bevolken! De conducteur kwam langs met beddengoed, snoep, flessen water, en een heus survivalpakket met handdoeken, slippers (waarvan ik het nut begreep toen ik het ‘toilet’ zag), een kam, tandenborstel en tandpasta. De Armeense dames op hun beurt deelden perziken uit en iets waarvan ik gok dat het ook een khachapurivariant was, maar dan had het veel weg van wat wij een pizzabroodje zouden noemen. Ik stelde uiteraard mijn etenswaren ter beschikking, en het was wederom gezellig. Helaas heb ik ook deze nacht geen oog dichtgedaan: de trein was veel te warm, het bed net even wat te kort, en de grensovergang viel net na middernacht. Ik was blij toen we, netjes om zeven uur, zaterdagochtend aankwamen in Yerevan! Omdat ik nog wat tijd te doden had, besloot ik wat te lezen in het prachtige treinstation. Ik bedacht me dat ik die avond in het zesde verschillende bed in zes nachten tijd zou slapen: maandag Istanbul, dinsdag de trein naar Erzurum, woensdag in Erzurum, donderdag in Batumi, vrijdag in de trein naar Yerevan (in theorie althans), en zaterdag in Yerevan zelf! Ik moest het rijtje opnoemen om mijn besef van de weekkalender te herwinnen. Toen er een paar uur verstreken waren, ging ik op zoek naar mijn hostel…

De volgende keer alles over mijn verblijf in Armenië! Veel dank voor de lieve reacties: een betere motivatie kan ik me niet wensen!

4 comments

  1. Hallo Daan,

    Zal eerst even vertellen dat ik een nicht van je vader Hans ben. Via FB kwam ik op jouw mooie blog terecht. Was al onder de indruk van je gedichten en aangezien ik erg van reisverhalen en ook reizen hou, besloot ik me aan te melden voor je nieuwsbrief.
    Heb zojuist je reisverslagen gelezen……wat prachtig beschreven! ( de koffie is koud geworden…)
    Ik blijf je volgen en wens je nog een hele voorspoedige en plezierige reis toe met vele indrukken

    Hartelijke groet
    Gerda Suilen Swalmen

    1. Dag Gerda,

      Ontzettend bedankt voor je bericht! Leuk dat je de site zo gevonden hebt. Binnenkort komen de resterende delen van het verslag online. Hopelijk kunnen die je ook bekoren!

      Groetjes,

      Daan

  2. Dappere Daan!

    Wat heerlijk om je verhaal weer te mogen lezen. Nu ik deze reactie schrijf realiseer ik me dat ik aan mijn tafel zit in Wageningen, in plaats van in oostelijke sferen en avontuur waarover jij schrijft. Dankjewel voor het delen daarvan! Ben benieuwd wat en wie je nog allemaal tegen gaat komen.

    Liefs,
    Anna

    1. Ook hier nog bedankt, lieve Anna :). Ik mag dan wel weer aan mijn tafel in Utrecht zitten, ik ga mijn best doen me zo goed mogelijk in gedachten terug te verplaatsen voor de rest van het verhaal ;).

      Liefs!

Geef een reactie