Daan reist naar de Kaukasus – (3) Onderweg! Van Utrecht naar Istanbul in 59,5 uur, deel 1: Utrecht-Plovdiv

Van Utrecht naar Istanbul in 59,5 uur, deel 1: Utrecht – Plovdiv

Zo zit je thuis de laatste langzame dagen af te tellen, zo vliegt de tijd je om de oren en zit je in Istanbul. Hoog tijd voor een update! Gezien de veelheid aan vertelstof in twee delen. In dit deel: Utrecht-Plovdiv. (foto’s volgen later.)

Toen ik dinsdagavond in Utrecht in de trein stapte, was het al gezellig druk in mijn couchette. Ik legde mijn rugzak in de opbergruimte bovenin, en ging zitten. Mijn couchettegenoten bleken een Nederlander, twee Chilenen en twee Zwitsers te zijn. De eerste was net als ik op weg naar Praag. In Tsjechië zou hij een paar dagen kamperen, om daarna door te reizen naar Wit-Rusland. Voor de anderen was Berlijn de bestemming. Rond elf uur besloten we de middelste bedden (die daarvoor als rugleuning dienden) uit te klappen en onze matrassen te bemannen. Hoewel het nog een poosje zou duren tot ik in slaap dommelde, viel het bed me wat comfort betreft alleszins mee. Toen we de volgende ochtend rond vijven Berlijn naderden, werd ik wakker, en zag ik hoe de Chilenen en Zwitsers uitstapten en de Nederlander en ik het rijk alleen hadden. Ik probeerde weer in slaap te vallen, maar nu het langzaamaan licht begon te worden, was dat geen eenvoudige opgave. Goed alternatief: uit het raam genieten van het Duitse/Tsjechische landschap, en rustig wat muziek luisteren en lezen (Lincoln, the biography of a writer, aanrader!).

Een halfuur later dan gepland, om 10u, reden we woensdagochtend het station van Praag in. Ik nam afscheid van mijn overgebleven Nederlandse reisgenoot, en sloeg in een van de véle supermarktjes op het station ontbijt en proviand in. De volgende etappe, van Praag naar Budapest per Eurocitytrein, zou immers zo’n zeven uur in beslag nemen. Toen ik de drukte op het perron zag, vroeg ik me angstig af of ik niet beter toch een (optionele) zitplaatsreservering had kunnen kopen… Gelukkig bleken de overige reizigers dat ook en masse niet gedaan te hebben. Zo belandde ik in een compartiment met een Servisch meisje, een Amerikaan en twee Belgen, die al vrij snel afgelost werden door twee Ieren (maar niet voordat ze een rondje halveliterflesjes bier uitgedeeld hadden). Het meisje, van wie de naam me ontschoten is, woonde in Berlijn en was nu op weg naar huis in Belgrado. Terwijl zij snel weer in slaap viel toen de trein begon te rijden, introduceerden de Ieren een kaartspel waarvan ik de naam niet kende, maar dat tijdens de uitleg precies hetzelfde bleek te zijn als wat wij Pesten noemen. De Amerikaanse jongen, Paul, won (op het nippertje). Hij kwam uit North Carolina, woonde in Hawaii, en was voor het eerst in Europa. We praatten over de VS en Europa, over Amerikaanse presidenten en Obamacare, en over muziek – hij hield van hiphop en bluegrass, en over en weer hadden we genoeg tips uit te wisselen – en poëzie. Paul bleek namelijk, what are the odds, net als ik te schrijven en mee te doen aan poetry slams! Terwijl langslopende medereizigers, die inmiddels al een paar uur in het treincafé hadden doorgebracht, ladderzat ons compartiment bezochten, hadden Paul en ik het over schrijfdiscipline, rijmtechniek, en de verschillen tussen poetry slams in Amerika en Nederland. We wisselden gedichten en contactgegevens uit. Paul en de Ierse jongens zouden een paar dagen in Budapest blijven en spraken af om die avond samen uit te gaan. Zelf zou ik mijn reis die avond al weer voorzetten, dus nadat we na zeven voorbij gevlogen uren in Budapest waren aangekomen, gingen we ieder onze eigen weg.

Ik besloot om alvast in de richting van het busstation te lopen, en onderweg mijn ogen open te houden voor eetgelegenheden. Helaas bleek dat station zich aan precies de verkeerde kant van het centrum te bevinden, dus van een echt voedzame maaltijd kwam het niet, maar met dank aan een eenzaam kioskje onderweg kon ik toch genoeg eten vinden voor al weer de volgende rit, een nachtbus richting Sofia. Die bus zou om 23.30 vertrekken en rond 12u donderdagmiddag aankomen. Per sms – heel sympathiek! – kreeg ik met excuses bericht dat de bus vertraagd was en er rond middernacht zou zijn. Al wachtende kreeg ik gezelschap van een zeer intelligent en lief meisje uit Peking. Ze was op weg naar haar vriendje in Bulgarije, om daarna met hem een maand door Europa te reizen. Ze was geïnteresseerd in kunst, en groot fan van (de vroege) Van Gogh. Al snel toverde ze een zak Chinees snoep voor me tevoorschijn. Ik wilde er eentje proberen, maar ze stond erop dat ik de hele zak zou houden. Het snoep smaakte oké, en dankbaar stopte ik het in mijn tas.

De bus had comfortabele stoelen, een soort entertainmentsysteem achter elke stoel met onder andere de keuze uit een hoop zomerhits van rond de eeuwwisseling, en een prima toilet. Ik nam plaats in mijn stoel en viel op een gegeven moment in slaap. Rond half vier ’s nachts werd ik al weer wakker, wellicht door het idiote gedrag van de wachtende auto’s naast ons om op gezette tijden met zijn allen te gaan toeteren: we waren bij de Servische grens aangekomen. Omdat we bij het oversteken daarvan de bus uit zouden moeten, bleef ik wakker. Bij de grens was het ontzettend druk, en het zag er niet uit alsof het echt opschoot – integendeel. Na ongeveer een uur was er een nare verrassing voor het Chinese meisje: ze had zich niet gerealiseerd dat haar EU-/Schengenvisum niet geldig was voor Servië, en mocht het land niet in. Heel vervelend natuurlijk, maar ze vatte het zo te zien redelijk op. Gelukkig was ze zoals gezegd slim en sprak ze goed Engels, dus ik had er alle vertrouwen in dat ze wel een oplossing zou vinden om in Bulgarije te komen. Toen we eenmaal voorbij de grenspost waren, was het inmiddels al half zes ’s ochtends. Net als de ochtend ervoor bleken mijn pogingen weer in slaap te vallen vergeefs. Na een paar uur doemde Belgrado op. Hoe zuidelijker we daarna kwamen in Servië, hoe prachtiger het uitzicht werd, met veel dorpjes in en om de steeds hoger wordende bergen. Toen ik niettemin wel weer even genoeg had van uit het raam staren, besloot ik het scherm voor me aan te zetten. Ik zag dat de beschikbare films van aanzienlijk recentere datum waren dan de muziek, en bovendien in het Engels beschikbaar waren, en ik ging er eens voor zitten om Ted te kijken (opnieuw: aanrader!). Na een lange rit, met weer een uur wachten bij de volgende grensovergang – waar komen al die Duitsers vandaan? – kwamen we aan in Sofia. Niet tussen de middag, zoals gepland, maar rond half vier. Ik liep naar het kaartjeskantoortje, en vroeg om een ticket naar Istanbul. Dat gesprek ging ongeveer zo:

‘Can I buy a ticket to Istanbul?’
‘There are no direct trains to Istanbul.’
‘Yes, I know.’
‘You will have to change three times.’
‘Yes, I know.’
‘You want to buy?’
‘Yes, please.’
‘Okay… 45 leva, no reservation.’

Dat die route van busvervangingen aan elkaar hing, daarvoor was ik al eerder gewaarschuwd, en 45 leva (=23 euro), dat viel niet tegen! Volgens de nieuwste informatie van the man in seat 61 zou het door verschillende werkzaamheden een trein-bus-trein-bus-rit worden. Op een bestemmingenbord in de stationshal stond dat de trein richting Istanbul om 18.45 zou vertrekken. Hoewel ik vooraf dacht dat dat 19.05 zou zijn, leek er niks aan de hand, en ging ik met mijn ticket op zak – het was rond vier uur – op zoek naar een eetgelegenheid op het plein voor het station waarvan ik het menu kon lezen. Ik bestelde een groenterisotto en een pizza (6 euro in totaal). Bij gebrek aan wifi besloot ik een internetdagbundeltje te kopen om te kijken wat de reisplanner van bahn.de van deze route zei. Tot mijn schrik zag ik dat die als enige optie de trein naar Plovdiv van 17u noemde, om daar over te stappen richting Dimitrovgrad. Ik besloot dat een eerdere trein altijd verstandig is. Ik verexcuseerde me bij de serveerster en zei dat ik de pizza natuurlijk zou betalen, maar niet meer op kon eten – het was inmiddels half vijf. Daarop verscheen ze prompt met de pizza in een meeneemdoos – timing! De pizza verorberde ik in recordtempo in de stationshal, en na het nodige kastjemuurwerk op mijn vragen welke trein naar Plovdiv reed, had ik die net op tijd gevonden. Opgelucht plofte ik neer (sorry) naast een jongen van mijn leeftijd, die ook al weer uitstekend Engels sprak, en geïnteresseerd was in filosofie, religiewetenschappen en geschiedenis. Zelf kwam hij uit Plovdiv en werkte hij in Sofia, en hij kende de route van de trein op zijn duim. Hij had een waanzinnige kennis over de bergen en dorpjes die we tijdens de drie uur durende rit – de trein volgde het schema, atypisch genoeg, op de minuut – zagen en zat vol met boeiende verhalen. Ik had niet beseft dat de natuur van Bulgarije zo waanzinnig mooi was! Eenmaal in Plovdiv wees hij me op het perron voor de trein naar Dimitrovgrad. Als dank gaf ik hem de zak snoep die ik van het Chinese meisje had gekregen. De jongen beloofde dat hij deze zak zou bewaren ter herinnering aan ons gesprek. Ik stapte in de trein en vervolgde mijn reis…

In het volgende deel: de doldwaze avonturen op weg van Plovdiv naar Turkije, en mijn eerste ‘echte’ bestemming: Istanbul!

Daan reist naar de Kaukasus – (2) Route en voorbereiding

Daan reist naar de Kaukasus

In dit tweede deel ga ik in op de route die ik de komende week af ga leggen, en deel ik enkele van de eigenaardigheden die ik ben tegengekomen bij het voorbereiden van de reis.

 

Toen de knoop eenmaal was doorgehakt en ik wist dat ik deze zomer naar Georgië en Armenië zou gaan, werd het tijd om na te denken over een route. Al snel besloot ik dat ik tot Istanbul aan één stuk door zou reizen. Niet omdat ik steden als Budapest of Sofia niet wil zien, integendeel, maar ze zijn dichtbij genoeg om een andere keer te bezoeken. Mijn richtlijn werd: een paar dagen in Istanbul, en een dikke week in zowel Armenië als Georgië. Dat eerste deel, tot Istanbul, was relatief eenvoudig: hoewel de CityNightLiner van Utrecht naar München redelijk prijzig geworden was, bleek dat makkelijk op te lossen door de trein naar Praag te nemen (overmorgen, dinsdagavond), waar nog wél een voordelig kortingstarief voor gold. Vanuit Praag volgt woensdagochtend een trein naar Budapest. Na etenstijd is het, laat op de avond, tijd voor de nachtbus richting Sofia. Er rijden ook wel treinen van Budapest naar Belgrado en van Belgrado naar Sofia, maar dat levert óf een erg krappe aansluiting, óf een extra overnachting op. De alternatieve route, vanuit Budapest via Boekarest naar Istanbul, wordt geteisterd door werkzaamheden, en trein-bus-trein-bus-bus-constructies waar de NS jaloers op zou zijn. Bij wijze van troost heb ik vernomen dat de bussen van Ecolines erg comfortabel zijn, en niet te vergelijken – of te verwarren – met de bussen van Eurolines. Eenmaal donderdagmiddag aangekomen in Sofia wordt het zoeken naar een manier om naar Istanbul te komen. Het geval wil: van en naar Istanbul rijden al ruim twee jaar lang geen treinen, en gecombineerd met nieuwe werkzaamheden in Bulgarije, gaat dat waarschijnlijk neerkomen op een trein-bus-trein-bus-rit. Laten we het zo zeggen: het is goed dat ik in Istanbul geen krappe aansluitingen gepland heb!

Als ik dan vrijdagochtend/-middag op een nog te bezien tijdstip aankom in Istanbul, is er tijd om even bij te komen, en daarna vooral een hoop te sightseeën, vanuit mijn hostel vlakbij Sultanahmet – met privékamer, een luxe die ik mezelf voor het geheel van de reis heb gegund. Na vier nachtjes slapen gaat de reis dan (al weer) verder. Tegen die tijd praat ik jullie bij over het vervolg van de trip, richting eindbestemmingen Georgië en Armenië.

 

Over de NS gesproken: hoe bon ton het ook is om te klagen over ’s lands spoorwegmaatschappij, de Turkse tegenhanger TCDD kan er ook wat van. Zo rijdt er, zoals gezegd, al twee jaar lang geen enkele trein van en naar Istanbul, vanwege werkzaamheden, de aanleg van een hogesnelheidslijn, en van een tunnel onder de Bosporus. Toen ik een paar maanden geleden begon met het plannen van deze vakantie, was er sprake van dat er vanaf 25 mei weer (hogesnelheids)treinen zouden gaan rijden tussen Ankara en Pendik, op 25 kilometer van Istanbul. Door sabotage en diefstal werd de opening uitgesteld tot 4 juli, maar op 2 juli werd bekend dat ook dat niet doorging: volgens geruchten vanwege ziekte van de betrokken minister. De nieuwe datum, 11 juli, hield nog korter stand. Uiteindelijk werd 25 juli de opening verricht door premier Erdogan, en zouden de treinen sinds gisteren rijden. Wie echter vandaag wil kijken of de Pendik-Ankara trein ook is opgenomen in de reisplanner, loopt op de site van de TCDD aan tegen een server error. Kan gebeuren, natuurlijk. Ongewoner: bij het boeken van een treinkaartje van Ankara naar Erzurum in oost-Turkije, wat verder overigens vlekkeloos ging, ontving ik van de TCDD geen bevestigingsmail! Als je niet direct na het boeken de internetpagina/pdf opslaat – ik deed dat gelukkig wel – heb je een probleem. Vervelender werd het toen ik er na eindeloos puzzelen op praktische manieren om van Erzurum naar Georgië te komen achterkwam dat de Turkse busmaatschappijen helemaal geen buitenlandse creditcards accepteren, in tegenstelling tot wat ik had gelezen. De Armeense spoorwegen hadden daarmee dan weer, opmerkelijk genoeg, helemaal geen moeite mee… Eén van de Turkse maatschappijen was dan wel weer zo sympathiek om alvast de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor ‘de’ ongelukken die plaats gaan vinden, zonder ‘eventuele’ of ‘mogelijke’ bij wijze van kwalificatie….

Sympathiek!

Waar het omgaan met vervoerderssites vraagt om veel geduld en hoepelspringbereidheid, levert het zoeken naar accommodaties vooral veel voorpret op. Denk aan het kaliber ‘onze dochter spreekt Engels en een vriend van een broer van mijn man heeft een Mercedes waarmee hij je naar de kust kan brengen’. Sowieso: het aantal advertenties waarin een Mercedes een rol speelt, is immens. Daarnaast ben ik heel wat andere blogs tegengekomen: van de jongen die in een treincoupé kwam met een Indiër die christen was geworden omdat hij Amerika zo’n mooi land vond tot het meisje dat in Yerevan zo van slag was dat de medewerker van de lokale KFC in no time haar order uit haar hoofd kende… En natuurlijk de foto’s, youtubefilmpjes, en reisgidsen – de Lonely Planet is vooral praktisch, de Dominicus is verhalender en heeft meer beeldmateriaal; van douches in Tbilisi waar het water verwarmd wordt met houtsvuur, bijvoorbeeld.

Het moge duidelijk zijn: ik heb er zin in! De komende anderhalve dag staan nog in het teken van praktische en mentale voorbereiding, en dinsdagmiddag ga ik dan daadwerkelijk op pad. Ik laat vermoedelijk komend weekend weer van me horen – als de wifi het doet, althans… Dan met mijn eigen eerste ervaringen! Voor nu dank voor het lezen, en een mooie week gewenst :). Vragen en opmerkingen? Graag!

Etchmiadzin, het ‘Armeense Vaticaan’ foto: Areg Amirkhanian

Daan reist naar de Kaukasus – (1) Verlanglijstjes en bureaustoelreisjes

Daan reist naar de Kaukasus

In dit eerste bericht neem ik je mee naar de wereld van het armchair travelling, en introduceer ik de keuze voor mijn eerste (land)reis van formaat: van Utrecht naar de Kaukasus.

De Kaukasus. Een gebied dat al enige tijd vrij hoog op mijn uitgebreide (en gelukkig denkbeeldige) reisverlanglijst staat. Hoe het daar precies beland is, kan ik niet helemaal meer reconstrueren. Misschien was het de beschrijving op Wikivoyage:

The Caucasus is a mountain range lying between the Black Sea and the Caspian Sea, part of the boundary between Europe and Asia. It is a dense, warm, friendly and generally safe region, with diverse landscapes and a wealth of ancient churches, cathedrals and monasteries.

foto: Shaun Dunphy

Wie vervolgens even doorklikt, ziet al snel een overvloed aan waanzinnige voorbeelden van die kerken, kathedralen en kloosters voorbij komen (zie rechts). Ook de claim van Armenië als eerste officieel christelijke land ter wereld – overigens betwist door Georgië en met name Ethiopië – wekt (cultureel-historische) interesse, zeker in combinatie met de roerige geschiedenis van Perzische, Ottomaanse en Russische overheersing. Banalere overweging: het is er goedkoop genoeg om een aantal weken in redelijk comfort te verblijven. Maar wat wellicht de doorslag heeft gegeven om juist deze zomer het gebied aan te doen: er lag een mooie route om de reis over land af te leggen. En met ‘over land’ bedoel ik: per trein en bus.

Dit is, zo heb ik de afgelopen maanden gemerkt, meestal het punt waarop ik de gezichtsuitdrukking van mijn gesprekspartners een hybride stand zie zoeken tussen verwondering, verbijstering, lichte verontrusting, en meer ‘ver*ings’. Laat me dit uitleggen: hoewel mijn daadwerkelijke reiservaring nog zeer bescheiden is, ben ik sinds enige tijd een vrij fanatieke armchair traveller. Dat is een soort containerbegrip voor mensen die zich op allerlei manieren met reizen bezig houden terwijl ze niet zelf, uh, op reis zijn. Je kan het vergelijken met research doen om je volgende vakantiebestemming te bepalen, maar dan op een permanente quasihobbyistische basis. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat je willekeurige landen opzoekt op het eerder genoemde Wikivoyage om te kijken wat daar zoal de moeite waard is, hoe je er het best kan komen, en waar je dan op moet letten. Zo leer je dan dat je, als je naar Ethiopië gaat, je visum beter niet vooraf kunt kopen. Er zijn op het vliegveld van Addis Abeba namelijk twee rijen: één rij voor Ethiopiërs en mensen die al een visum hebben, en één voor mensen die nog een visum moeten kopen. Omdat de meeste passagiers Ethiopiërs zijn, wordt je zorgvuldige voorbereiding onmiddellijk afgestraft: als je al een visum gekocht had, beland je in Addis in een veel langere rij.

Dit verklaart natuurlijk nog op geen enkele manier waarom ik deze reis zo nodig over land wilde afleggen. Dat is met name te danken aan één man, te weten de Man in Seat 61. Over de site van deze Mark Smith kan ik allerlei dingen zeggen, maar het belangrijkste is dat het de allerbeste overzichtswebsite is over reizen per trein(+ferry) die er te vinden is. Die status dankt hij vooral aan de combinatie van zeer volledige, bruikbare en actuele informatie én zijn inspirerende en verleidelijke reissuggesties. Zijn devies: waarom zou je naar afgelegen vliegvelden gaan om jezelf in een metalen kist te stoppen en naar steeds dezelfde wolken te kijken, als je ook kunt kiezen voor een comfortabele trein vanuit waar je een stuk meer ziet, en die je in de meeste gevallen recht in het centrum van de plaats van bestemming brengt? Op die vraag zijn natuurlijk een hoop zinnige antwoorden te geven die met tijd en geld te maken hebben, maar vanuit mijn bureaustoel ben ik getransformeerd in een discipel van de Seat 61-school. Zodoende verlekker ik mij aan alle uithoeken van de website, met een bijzondere fascinatie voor het betere transcontinentale werk: New York naar San Francisco via Chicago en de Rockies, bijvoorbeeld, of de voor buitenlanders spotgoedkope en zeer scenic treinen in Australië. En natuurlijk: de verschillende Trans-Siberië-lijnen. Een van die laatste – richting Vladivostok – staat voorlopig voor volgend jaar gepland. Daarmee vergeleken is de Kaukasus in ieder geval qua afstand een eitje! En zo werd de knoop doorgehakt voor een landreis naar Georgië en Armenië. Een reis naar fascinerende en nog grotendeels ontoeristische oorden – dat is niet per se belangrijk, maar wel interessant – en tegelijkertijd een mooie eerste oefening in de wereld van couchettes, marshrutka’s, grensposten en een flinke dosis oud-sovjet-absurdisme….

StalinsDeathMask2009

Een kopie van Stalins dodenmasker, in het licht hagiografische Stalinmuseum in Gori, Georgië. foto: Tiviet, http://commons.wikimedia.org/wiki/File:StalinsDeathMask2009.JPG

 

De volgende keer: de voorbereiding van de trip. Keuzes over waar, wanneer, hoe lang, hoe, en vooral: een bonte verzameling opmerkelijkheden die ik bij het plannen en inlezen ben tegengekomen!

half

op dagen als deze
waarop je haast
zou hopen dat de zon
eindelijk doorpakt
bakstenen aanbrandt
onze angst in as legt
richt je je pijlen op het
licht en je bouwt een toren
om haar plaats in te
nemen maar er ging iets mis
je had de afstand onderschat
nu sta je op de uitkijk
is het warmer nog
je had evengoed een
tempel kunnen bouwen

Hoera!

Vaak aangekondigd, nu uitgevoerd: mijn website is een feit! Sinds ik als dichter actief ben, wordt mij met enige regelmaat gevraagd of er ook gedichten van mij terug te lezen zijn. Tot nu toe was het antwoord daarop steevast:

Nee, maar, uh, als je mij je mailadres geeft, dan, uh, kan ik wel het een en ander doorsturen.

En hoewel dat voor mijn emailadresboek natuurlijk goed nieuws was, was dat toch niet de elegantste oplossing. Het werd daarom hoog tijd dat er ook op het internet een plek kwam voor mijn werk. Daarbij biedt de website me meteen een mooi platform om ook andere content te delen, zoals berichten over mijn reis naar de Kaukasus die volgende week begint (‘Daan reist’). Na de vakantie komen daar vermoedelijk snel nieuwe categorieën bij.

Hopelijk voldoet www.daanzeijen.com aan al uw stoutste verwachtingen!